Rondleiding Heempark Heeg

RONDLEIDING

Eerst een paar simpele spelregels:

 

  • Blijf op de paden.
  • Niets plukken; er staan bijzondere planten in het heempark, die beschermd worden door de Nederlandse wet. U riskeert dus een boete. Bovendien houden ze het nog geen half uur uit op een vaas.
  • Honden altijd aangelijnd en de poep opruimen en meenemen. Er is een hondentoilet bij de hoofdingang.

De rondleiding begint bij de hoofdingang aan de simmerkrite 15 in Heeg (1). Hier is ook het gebouw “Natuerae” van de Stichting Heempark Heeg gevestigd. Dit gebouw is in gebruik als werkplaats voor het beheer van het heempark en wordt bovendien gebruikt voor het ontvangen van groepen voor natuur- en milieu educatieve (NME) activiteiten in het heempark. Het heempark is één van de werkplekken van GROENDOEN, een initiatief in de zuidwest hoek van Friesland om basisscholen van de regio behulpzaam te zijn bij het realiseren van NME activiteiten. Meer informatie hierover is te vinden op www.groendoen.net.

U vertrekt vanaf de slagboom in noordelijke richting over de lindelaan. Deze bestaat uit zo’n honderd Hollandse lindes, die een verbindende schakel vormen tussen de verschillende onderdelen van het heempark. Bovendien zijn de lindes een belangrijke drachtbron voor de bijen die gehuisvest zijn in de educatieve bijenstal in het heempark. De lindes zijn in het verleden geadopteerd door een groot aantal mensen uit het dorp en daarbuiten. In de verte ziet u nog net de toren van de kerk van Oosthem boven een staldak uitsteken.
Na een 200 meter neemt u de tweede afslag naar links (2). U loopt nu het eerst aangelegde gedeelte (1999) van het heempark in. Dit deel van het heempark is gelegen op een alluviale zandopkropping, die een onderdeel vormt van de zogenaamde Gravinnewei. Deze zandrug loopt door de hele zuidwest hoek van Friesland en begint bij Eernewoude en loopt bij Hindeloopen het IJsselmeer in. Het zand in dit gebied vormt een ideale voedingsbodem voor de ontwikkeling van een interessante vegetatie. Het iepenrijke-eikenessen bos in dit gebied is zeer gevarieerd in samenstelling. De afgelopen jaren heeft een sperwerpaar hier steeds zo’n vijf jongen grootgebracht. Langs het pad treft u, naast algemene soorten in het voorjaar een interessante begroeiing aan van donkere ooievaarsbek, gewone sleutelbloem, wilde akelei en valeriaan. Bovendien neemt het aantal rietorchissen en gevlekte orchissen (orchideeën) nog ieder jaar toe. Bij de aanleg van dit gedeelte van het heempark is in het open middengedeelte een poel gegraven, waarbij het vrijgekomen zand gebruikt is om aan de andere kant van het pad een heuvel te vormen. Ook daar is inmiddels een interessante vegetatie ontstaan, onder andere met soorten als wondklaver, kleine pimpernel, wilde tijm, cichorei, trilgras en knoopkruid. Loop nu verder over het pad tussen de poel en de heuvel en volg het naar rechts (3), zodat u om de heuvel loopt. Terug gekomen bij de poel volgt u nu het pad naar links terug het bos in (4). Langs het pad treft u leuke soorten zoals fluitenkruid, engelwortel, look-zonder-look en bosandoorn aan.
Aan het eind van het pad gaat u naar rechts (5) en u loopt nu over een singel van eikenbomen aan beide zijden begrenst door waterlopen. In de ondergroei van deze eikenbomen staan meidoorns en hazelaars. U loopt het pad af tot u zich weer op de Lindenlaan bevindt, waar u rechts af slaat (6).

 

Loop door tot u bij eerste gelegenheid naar links kunt afslaan.
Bent u avontuurlijk aangelegd; neem dan de loopbrug naar rechts (7). In het vroege voorjaar is hier veel te genieten van de zich ontwikkelende stinzeflora. Dit vegetatietype kwam vroeger (en soms ook nu nog) voor op Friese landgoederen en bestaat uit vroegbloeiende bollenvegetatie onder een parkachtige bosvegetatie. In het vroege voorjaar treft u op dit eiland speenkruid, bosanemoon, voorjaarshelmbloem en bos hyacint aan. Nadat u het achtje op dit eiland heeft verkend keert u terug over de loopbrug naar het pad.


U vervolgt uw weg naar rechts (9). Even verderop ziet u aan uw rechterhand een tweede eiland, wat verder niet toegankelijk is. Op dit eiland is een vegetatie ontstaan vooral gericht op vogels; veel besdragende struiken (zoals hondsroos) en veel nestelgelegenheid. Aan de zuidzijde is een oeverzwaluwwand gerealiseerd en een vleermuizen ruïne. Deze laatste bestaat uit een ondergrondse gang met een diameter van twee bij een meter en een lengte van vijf meter. Het is de bedoeling dat vleermuizen dit als overwinterplek zullen gaan gebruiken; tot op heden is dat nog niet het geval. Verder zijn op dit eiland een aantal broedgelegenheden voor bergeenden gerealiseerd, waar de laatste jaren druk gebruik van wordt gemaakt.
U vervolgt uw weg tot u rechtsaf kunt slaan (10), het knotwilgenlaantje op. De wilgen op deze dijk worden in een vierjarige cyclus geknot, dat wil zeggen dat ieder jaar ongeveer een derde wordt geknot, waarna het vierde jaar niet wordt geknot. Dit maakt dat er altijd bomen in verschillende stadia van ontwikkeling aanwezig zijn; dit is belangrijk, omdat de knotwilg voor veel planten en dieren een belangrijke leefomgeving is. Vanaf de zitbank heeft u goed zicht op de oeverzwaluwwand. Hier broeden jaarlijks vanaf april zo’n 40 broedparen, die, afhankelijk van het weer in de zomer, twee tot drie legsels van elk vijf eieren kunnen grootbrengen. Er kunnen onder ideale omstandigheden zo’n 600 eitjes worden gelegd, maar deze zullen lang niet allemaal zich ontwikkelen tot een volwassen vogel. Wellicht dat zo’n 200 honderd jongen het eerste seizoen in het heempark overleven. Half augustus vertrekken ze weer met hun jongen naar Noord-Afrika. Ook de ijsvogel broed hier de laatste jaren regelmatig. Deze blauwe schicht is dan vaak te zien terwijl hij met een plons op zoek is naar vis in de grote vijver. Loop nu het wilgendijkje af tot u naar links kunt afslaan (11).
Volg de sloot aan uw rechterzijde. Rechts heeft u vooral in het voorjaar een prachtig uitzicht over het hooiland aan de andere kant van de sloot. Dit hooiland wordt twee keer per jaar gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Dit verschralingsbeheer heeft tot doel de bodemvruchtbaarheid te laten afnemen. Hierdoor ontstaat een betere beginsituatie voor de ontwikkeling van een interessante vegetatie.
Aan het eind van het pad slaat u rechtsaf en volgt de sloot aan uw linkerhand (12). Aan uw rechterzijde ligt het elzenbroekbos, met vooral elzen en wilgen op een natte bodem. Wanneer er geen agrarische activiteit zou zijn, dan zou een groot deel van de zuidwest hoek van Friesland bedekt zijn met dit bostype.


Als u dit pad uitloopt komt u uit in de fruitboomgaard (13). In het voorjaar staat deze prachtig in bloei en vormt een goede drachtbron voor de bijen in de bijenstal. In de boomgaard staan ongeveer 100 bomen van zo’n zestig traditionele appel, pruimen en peren rassen. Bij het begin van de boomgaard staat een informatiebord over de rassen in de boomgaard. Er mag door iedereen worden geplukt, tenminste wanneer het fruit ook werkelijk rijp is. De bomen zijn op zogenaamde rillen geplant, omdat fruitbomen niet van natte voeten houden.


U verlaat de boomgaard door het pad naar rechts te nemen (14), terug het elzenbroekbos in. Volg het pad naar rechts tot u bij de open plek aan het water komt. Vanaf de bank heeft u een fraai uitzicht over de ondiepe waterpartij met waterlelies en gele plomp. Door de rietvegetatie vinden veel vogels hier een plek om te broeden. De waterkwaliteit is hier zeer goed en daardoor treft u hier bijzondere planten zoals de wateraardbei en het waterdrieblad aan.
U volgt het pad tot de tweede afslag naar links (15). Volg het pad met de waterpartij aan uw rechterhand. In het water staat de huiszwaluwentil. Deze heeft tot doel de huiszwaluw goede nestgelegenheid te bieden en is in 2013 gerealiseerd. De til is voorzien van een geluidsinstallatie die op gezette tijden nestgeluiden van de huiszwaluw afspeelt om ze op die manier te verleiden gebruik te gaan maken van deze til. Het zonnepaneel naast de paal voorziet deze installatie van elektriciteit. Hier vind u ook een informatiebord over de huiszwaluw.


U volgt het pad verder langs het water tot u uitkomt bij de boot en het informatiebord over de oeverzwaluw. Hier hebt u een prachtig uitzicht op de oeverzwaluwwand (16), waar het in de zomermaanden vaak een drukte van belang is. De boot wordt vooral gebruikt om in het vroege voorjaar de gaten van de zwaluwwand op te vullen; dat is noodzakelijk, omdat de zwaluwen zelf hun nestgang willen uitgraven. Oude gangen worden niet gebruikt.
Even verderop bevindt zich de onderwaterkijkhut (17). Deze is niet altijd voor het publiek toegankelijk, maar hij staat vaak wel open in de zomermaanden. U heeft hier een geweldig uitzicht op de oeverzwaluwwand en wanneer u rustig op de trap gaat zitten, dan is er een grote kans dat u vis voorbij ziet komen. Naast de onderwaterkijkhut staat de educatieve bijenstal (18). Deze is nooit publiek toegankelijk, maar misschien heeft u geluk en is de imker aan het werk. Vraagt u hem gerust of u mag toekijken in het observatiedeel van de bijenstal. U hoeft niet bang te zijn voor steken, omdat dit gedeelte van de bijenstal bijendicht is uitgevoerd. In de stal is plaats voor zeven bijenvolken, hetgeen betekend dat er in het hoogseizoen zo’n 350.000 honingbijen van hieruit rondvliegen in het heempark. Rondom de bijenstal is veel informatie te vinden over het leven van de honingbij. Bovendien is er een insectenhotel voor wilde bijensoorten en andere insecten.
Als u het pad verder volgt dan komt u terug bij het begin van uw tocht door het heempark.


We hopen dat u heeft genoten van uw wandeling door het heempark van Heeg. Doe het vooral nog eens en u zult zien dat het heempark gedurende het jaar steeds verandert. En ook dat is leuk om te ontdekken. U bent altijd welkom.